WEIMARANER FCI-Standaard N° 99/ 13. 02. 2002

Andere namen
Weimaraner
Weimar Pointer
Weimaraner Vorstehhund
Oorsprong
Duitsland
Groep
Groep 7 Staande Honden
Sectie
Sectie 1 Continentale Staande Honden
Subsectie
1.1 Type Brak
Proef
Met jachtproef
Publicatiedatum
27.02.1990
Gebruik
Veelzijdige Jachtgebruikshond (Staande Hond).

Kort geschiedkundig overzicht

Over het ontstaan van de Weimaraner zijn talrijke theorieën. Vast staat slechts, dat de Weimaraner, die toen nog zeer veel bloed van de “Leithund” door zijn aderen had stromen, al in de periode 1800-1830 aan het Hof van Weimar gefokt werd. In het midden van de vorige eeuw, dus voor het begin van de zuivere fok, was de fokkerij nagenoeg geheel in handen van meestal alleen op werkprestaties fokkende beroepsjagers en jachtopzichters in Midden-Duitsland, vooral in de omgeving van Weimar en Thüringen. Toen de dagen van de “Leithund” voorbij waren, werden deze honden ook gekruist met de “Hunerhund” en werd er met deze kruisingen verder gefokt. Rond ongeveer 1890 werd er met het ras planmatig gefokt en werd er een stamboek bijgehouden. Naast de kortharige Weimaraner kwam ook reeds voor de eeuwwisseling, zij het sporadisch, een langharige variëteit voor. De Weimaraner wordt, sinds de fok in stamboeken is vastgelegd, zuiver gefokt en is dus wezenlijk vrij van inkruisingen met andere rassen, in het bijzonder de Pointer, gebleven. Daarmee is de Weimaraner het oudste Duitse Staande Hondenras, dat reeds zo’n honderd jaar zuiver gefokt wordt.

Algemeen voorkomen

Middelgrote tot grote jachtgebruikshond. Doelmatig werktype, mooi van uiterlijk en goed bespierd. Er moet duidelijk verschil zijn tussen het type van de reu en de teef.

Belangrijke verhoudingen

Verhouding tussen de lengte van de romp ten opzicht van de schofthoogte ongeveer 12/11. Lengte van het hoofd: van de neuspunt tot de aanvang schedel iets langer dan de aanvang schedel tot achterhoofdsknobbel. Voorhand: afstand van de elleboog tot het midden van de middelvoetsbeentjes is nagenoeg gelijk aan de afstand van de elleboog naar de schoft.

Houding en karakter

Veelzijdige, gemakkelijk onder appel te brengen, gepassioneerde jachtgebruikshond met een vast karakter, die een systematisch en volhardend zoekgedrag toont, echter niet overdreven temperamentvol. Opvallend goede neus. Rooftuig en manscherp. Betrouwbaar in het voorstaan en bij waterwerk, opvallende lust voor het werk na het schot.

Hoofd

Schedel
In harmonie met lichaamsgrootte en voorsnuit. Bij reuen breder dan bij teven, echter dient verhouding breedte van de schedel in goede proportie tot lengte van hoofd. In het midden van de schedel een verdieping. De achterhoofdsknobbel (jachtknobbel – occiput) licht tot matig zichtbaar. Achter de ogen een goed zichtbaar jukbeen.
Stop
Uiterst geringe stop.

Voorsnuit

Neus
Grote neusspiegel, uitstekend over de onderkaak. Donkervleeskleurig naar achteren overgaand in grijs.
Vang
De vang is lang en -vooral bij reuen- krachtig, van opzij bijna vierkant lijkend, in de omgeving van de hoektand ongeveer even breed(sterk). De neusrug is recht of iets gewelfd, maar nooit naar onderen doorgebogen.
Lippen
De lippen zijn matig overvallend en zoals het gehemelte vleeskleurig. Kleine mondvouw.
Kaken
Krachtig
Wangen
Bakken gespierd en duidelijk ontwikkeld.
Gebit
Het gebit dient volledig, regelmatig en krachtig te zijn. Snijtanden moeten zich scharend bewegen (scharend gebit).
Ogen
De ogen zijn licht tot donker barnsteenkleurig, met intelligente uitdrukking. Als pup zijn ze hemelsblauw. Ze zijn rond en nauwelijks scheefstaand, oogleden goed aansluitend.
Behang
De oren zijn breed en tamelijk lang, ongeveer reikend tot de mondhoek, puntig aan de onderzijde en hoog en smal aangezet. Bij oplettendheid iets naar voren gedraaid en gevouwen.

Hals

Adelijk voorkomen en edel gedragen, toplijn gebogen, gespierd, nagenoeg rond, niet te kort en droog. Steviger wordend naar de schouder en harmonisch overgaand in borst- en ruglijn.

Lichaam

Toplijn
Van de gebogen halslijn gaat de toplijn via de goed geprononceerde schoft harmonisch in de relatief lange vast rug over.
Schoft
Goed geprononceerd .
Rug
De rug is vast en gespierd, zonder doorgezakt te zijn. Achter niet overbouwd. Een wat langere rug (raskenmerk) is geen fout.
Kruis
Bekken lang en matig hellend.
Borst
De borst is krachtig, doch niet overmatig breed, met voldoende diepte -bijna tot de elleboog reikend- en met voldoende lengte. Goed gewelfd, zonder tonvormig te zijn, met lange ribben. Voorborst goed geprononceerd.
Buiklijn
De buiklijn is licht stijgend, de buik mag echter niet opgetrokken zijn.

Staart

Staartaanzet iets lager dan bij andere vergelijkbare rassen. Hij is krachtig en goed behaard. In rust hangend, en bij oplettendheid en bij het werk horizontaal of ook hoger gedragen.

Voorhand

Algemeen
Gangwerk hoog, pezig, recht en parallel, maar niet te breed staand.
Schouders
Schouders zijn lang en schuin, goed aanliggend en krachtig bespierd. Goede hoeking van het schouderblad met opperarmbeengewricht.
Opperarmbeen
Opperarmbeen is schuin staand met voldoende lengte en kracht.
Ellebogen
Zijn vrij en recht gelegen. Naar binnen, noch naar buiten gedraaid.
Onderarm
Is lang en recht staand.
Polsgewricht
Fors en sterk.
Middenvoet
Pezig, licht hellend.
Voorpoten
Zijn gesloten en sterk, recht onder het lichaam staand. Tenen zijn goed gewelfd. Iets langere middentenen zijn raskenmerkend. Nagels zijn licht tot donkergrijs. Zoolballen stevig en goed gepigmenteerd.

Achterhand

Algemeen
Poten zijn “hoog”, pezig en goed gespierd, parallel staand, niet naar buiten noch naar binnen gedraaid.
Dijbeen
Van voldoende lengte, sterk en goed bespierd..
Kniegewricht
Fors en sterk.
Onderbeen
Lang, pezen komen goed naar voren
Spronggewricht
Fors en sterk.
Achtermiddenvoet
Pezig, haast loodrecht staand.
Achterpoten
Gesloten en sterk, zonder wolfsklauwen, verder zoals voorpoten.

Gangwerk

Loopbeweging moet in elk tempo ruim uitgrijpend en vloeiend zijn. Bij het lopen gaan de voorbenen duidelijk parallel met de achterbenen. In galop lang en vlak. De rug moet in draf horizontaal blijven. Telgang is ongewenst.

Huid

Sterk en goed, maar niet te strak, aanliggend.

Vacht

Kleur
Zilver-, ree- of muisgrijs evenals tussenvormen van deze kleuren. Kop en behang (oren) meestal iets lichter. Witte aftekeningen zijn slechts in beperkte mate toegelaten aan de borst en de tenen. Een min of meer uitgesproken donkeren “aalstreep” op de rug is toegelaten. Uitgesproken bruine brand en witte tekeningen anders dan borstvlek of aan tenen betekent diskwalificatie.
Korthaar
Heeft kort (maar langer en dichter dan bij de meeste vergelijkbare hondenrassen), sterk, zeer dicht aanliggend dekhaar, zonder of met geringe onderwol.
Langhaar
Heeft zacht lang dekhaar, met of zonder onderwol. Zijn haar is glad of licht gegolfd. Bij de ooraanzet haar erover vallend, bij de oorpunten fluweelachtig haar toegestaan. De haarlengte aan de flanken is 3-5 cm, aan de onderzijde van de hals, de voorborst en aan de buik meestal iets langer. Goede bevedering en broek echter naar onder toe minder lang. Staart met goede pluim. Tussen de tenen behaard. Minder lang haar aan het hoofd. Dikwijls is de vacht van een langhaar pas goed ontwikkeld na zijn tweede levensjaar.

Grootte en gewicht

Schofthoogte
Reuen 59 tot en met 70 cm (ideale hoogte : 62-67 cm). Teven 57 tot en met 65 cm (ideale hoogte : 59-63 cm).
Gewicht
Reuen circa 30 tot 40 kg. Teven circa 25 tot 35 kg.

Fouten

Elke afwijking van de hiervoor genoemde raspunten is als fout aan te merken, waarbij de waardering in precieze verhouding tot de mate van afwijking vastgesteld moet worden.

Ernstige fouten

  • Duidelijke afwijkingen in type. Atypische geslachtskenmerken.
  • Grote afwijkingen qua grootte en verhoudingen.
  • Gezicht: Grote afwijkingen bv. te sterke lippen, korte of spitse snuit.
  • Kaken en tanden: Gebrek van meer dan twee PM1 of M3.
  • Ogen: lichte fouten, maar vooral lichte en eenzijdige gebreken in de oogleden.
  • Oren: Zeker kort of lang, niet gevouwen.
  • Keelhuid (wammen), grote afwijking in de nekvorm en spieren.
  • Rug: Welomlijnde slingering of karperrug. Romp hoger dan de schoft.
  • Borst, buik: tonvormige borst. Onvoldoende diepte of lengte van de borst. Opgetrokken buik.
  • Grote afwijkingen in stand, dat wil zeggen: een gebrek aan hoeking, naar buiten gedraaide ellebogen, niet gesloten voeten.
  • Erg kromme poten of koehakkigheid.
  • Slecht gangwerk in een bepaal gang, gebrekkig lopen en voortschuiven (steppen) en telgang.
  • Grote gebreken, zoals bijvoorbeeld zeer fijne of zeer grove huid.
  • Overgangen tussen de in de standaard vastgelegde haarvariëteiten. Afwezige beharing aan buik of behang (leeroren). Teveel wolachtig haar bij Weimaraner korthaar. Uitgesproken gekrulde of korte beharing bij Weimaraner langhaar.
  • Afwijkingen van grijstinten, zoals geel- of bruinachtig. Bruine brand.
  • Sterke afwijkingen in grootte en/of gewicht (bijvoorbeeld meer dan 2 cm in schofthoogte).
  • Andere grote gebreken.
  • Lichte karakterfouten.

Uitsluitende fouten

  • Absoluut atypisch, in het bijzonder onbeholpenheid of slapheid.
  • Absoluut niet goed geproportioneerd.
  • Karakterfouten, bijvoorbeeld zeer schuw, of angstig.
  • Absoluut atypisch, bijvoorbeeld bulldogachtige schedel.
  • Voorsnuit: absoluut atypisch, bijvoorbeeld naar onderen gebogen neusrug.
  • Kaken en tanden: boven- of ondervoorbijter, ontbreken van meer tanden of kiezen.
  • Ogen: entropion of ectropion.
  • Behang: absoluut atypisch, bijvoorbeeld afstaande oren.
  • Uitgesproken grote wammen.
  • Sterk doorgezakte of karperrug. Sterk overbouwd.
  • Borst, buik: borst uitgesproken tonvormig of misvormd.
  • Geslachtsorganen: monorchide of cryptochide.
  • Benen rachitisch of misvormd.
  • In het gangwerk uitgesproken belemmerd.
  • Huidmisvormingen en gebreken.
  • Gedeeltelijke of volledige kaalheid.
  • Kleur anders dan grijs. Uitgesproken bruine brand. Witte aftekeningen anders dan borstvlek of aan tenen.
  • Uitgesproken boven- of ondermaats.
  • Andere misvormingen en/of ziektes waarvan een erfelijke doorwerking kan worden aangenomen, zoals bijvoorbeeld epilepsie.

De samengestelde lijst kan vanzelfsprekend niet alle voorkomende fouten omvatten; deze heeft dan ook geen limitatief karakter maar is bedoeld om voorbeelden te geven van ernstige en uitsluitende fouten.

Elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsafwijkingen vertoont, moet worden gediskwalificeerd.

N.B. : Reuen moeten twee duidelijke normale testikels hebben, die volledig ingedaald zijn in het scrotum.