De test van Campbell wordt uitgevoerd op een jonge pup; ze geeft je een beeld van hoe de volwassen hond zal zijn.

De aankoop of de adoptie van een pup zeker indien het de eerste is mag niet onbezonnen gebeuren. Het moet een beredeneerde beslissing zijn waarover lange tijd nagedacht werd en waarover gediscussieerd is met de rest van de familie. De familie heeft immers gedurende 10 à 12 jaar verplichtingen t.o.v. het dier. Des te beter je je dier kiest, des te meer vreugde en
voldoening hij je zal geven.

Maar je moet weten dat het houden van een dier verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Daarom is het goed om vanaf het begin te starten om alle geluk aan je zijde te krijgen.

De keuze van het ras

Volgens professor Queinnec kan men de verschillende hondenrassen verdelen in 5 groepen volgens hun temperament:

- de rebellen of herriezoekers
- de onafhankelijke of actieve
- de gehoorzamen of passieve
- de bevreesde of bangerds
- de zachte of onderdanige

Het is aan u om tussen deze verschillende groepen het ras te kiezen dat het beste aansluit bij uw karakter of temperament. Maar neem in elk geval, welk uw keuze ook moge zijn, nooit een hond voor hij zeven weken oud is. Dit zal trouwens geen enkele serieuze fokker u voorstellen aangezien een te vroeg ontspeend dier veel gezondheidsproblemen riskeert. De zevende week, meestal het einde van het spenen, lijkt de beste leeftijd om van familie te veranderen.

De periode tussen de achtste en tiende week is een kritiek stadium in het socialisatieproces en de africhting of leerfouten kunnen ofwel angstig ofwel agressief gedrag uitlokken bij de pup afhankelijk van de gevoeligheid van de hond op dat moment. Vanaf de tiende week zal alles makkelijker worden. Wees goed op je hoede
op het moment van de keuze. Bijvoorbeeld voor diegene die er het meest triest uitziet (omdat hij ziek is) of diegene die in zijn hoekje blijft (omdat hij bang is). De opgesomde typen van temperament bij volwassen honden kan men integraal terugvinden bij de pups en Campbell, een amerikaanse etholoog, heeft een serie
testen, die gemakkelijk uit te voeren zijn, op punt gesteld.

Test van Campbell

Om geldig te zijn, moet ze op volgende wijze uitgevoerd worden:

- de oefeningen moeten uitgevoerd worden op pups van exact zeven weken
- de gedragstherapeut moet alleen zijn en moet elke pup afzonderlijk meenemen naar een plaats die voor de pup onbekend is en die vrij is van eventuele verstrooiingen
- de pups moeten met zachtheid behandeld worden, maar zonder aanmoedigingen noch verbale beloningen.
- na elke oefening moet het oefenterrein grondig gereinigd worden.

De vijf oefeningen

1. Sociale aantrekking

Ga naar de gekozen plek en plaats de pup hier voorzichtig neer. Ga dan enkele meters weg in de omgekeerde richting van het binnenkomen, terwijl je geknield de pup probeert te lokken door zachtjes in de handen te klappen. Kijk of de pup naar je toe komt, met hoge of lage staart, of hij helemaal niet verroert. Dit alles onthult zijn graad van socialiteit, van vertrou-wen of onafhankelijkheid. Schrijf het resultaat op en ga over op de volgende oefening.

2. Aanleg om de mens te volgen

Je gaat dicht bij de pup staan en je verwijdert je van hem in normaal tempo terwijl je zijn reactie gadeslaat. Zijn aanleg om al dan niet makkelijk te volgen zal hieruit blijken. Als hij niet direct volgt, is hij zeer onafhankelijk. Wees er zeker van dat hij je goed heeft zien weggaan.

3. Dwang

Leg de hond neer op de grond en rol hem voorzichtig op zijn rug. Hou hem zo met je hand op zijn borst gedurende dertig seconden. Zijn weerspannigheid of aanvaarding verraden in welke mate hij fysieke of sociale dominantie aanvaardt.

4. Sociale dominantie

Doe de pup liggen en aai hem zacht vanaf de kruin van de schedel over de hals naar de rug toe. Zijn houding tijdens het strelen toont zijn aanvaarding of weigering aan van de sociaale dominantie van de uitvoerder. Een zeer dominante pup zal proberen springen of zelfs bijten of grommen. Een onafhankelijke pup zal weggaan. Ga door tot het gedrag op deze test volledig duidelijk is.

5. Dominantie bij het optillen

Til de hond voorzichtig een weinig boven de grond op met je twee handen gekruist onder zijn buik. Hou hem zo gedurende dertig seconden. De pup heeft geen enkele controle meer : hij is volledig in de macht van de uitvoerder. Zijn reactie toont of hij wel of niet jouw dominantie zal aanvaarden. Zet hem zacht terug op de grond en noteer het resultaat. De pup moet geaaid en beloond worden, welke ook zijn gedrag moge zijn, en breng hem terug naar zijn moeder.

Beoordeling van de oefeningen

1. Sociale aantrekking

A
komt gemakkelijk, staart omhoog, huppelt en knabbelt in de handen
B
komt gemakkelijk, staart omhoog en geeft pootjes in de handen
C
komt gemakkelijk maar met de staart omlaag
D
komt aarzelend
E
komt helemaal niet

2. Aanleg om de mens te volgen

A
volgt gemakkelijk, staart omhoog, probeert in voeten de knabbelen
B
volgt gemakkelijk, staart omhoog, volgt op de voet
C
volgt gemakkelijk, staart omlaag
D
volgt niet of verwijdert zich

3. Dwang

A
spartelt hevig, verzet zich en bijt
B
spartelt hevig
C
verzet zich maar dan laat hij het toe
D
beweegt niet, likt de handen

4. Sociale dominantie

A
springt op, geeft pootjes, bijt, gromt
B
springt op, geeft pootjes
C
draait zich, geeft likjes
D
draait zich met zijn kop naar je toe en likt de handen
E
verwijdert zich en komt niet terug

5. Dominantie bij het optillen

A
verzet zich woest, bijt, gromt
B
verzet zich woest
C
verzet zich, kalmeert, likt de handen
D
verzet zich niet, likt de handen

Resultaten

Noteer het type antwoord (A B C D E) per geteste pup.

2 of meerdere A’s met B elders

Deze pups hebben de neiging agressief en dominant te reageren en kunnen bijten wanneer er mee gewerkt word. Ze zijn af te raden in gezinnen met jonge kinderen of oude mensen. Ze passen goed bij kalme volwassen mensen die ze kunnen opleren zonder brutaliteit : zij kunnen van hen zeer goede waak-honden maken.

3 of meer B’s

Deze pups neigen tot dominant gedrag en zijn eveneens stoutmoedig. Ze leren zeer snel met zachte methodes. Ze moeten vermeden worden in een gezin met jonge kinderen.

3 of meer C’s

Dit zijn pups die zeer goed passen bij gezinnen met jonge kinderen en oude mensen.

2 of meer D’s met één of meerdere E’s

Deze zeer volgzame pups hebben veel affectie nodig en aanmoedigingen om vertrouwen in zichzelf te krijgen. Normaal zijn ze goed met kinderen, bijten niet tenzij ze slecht behandeld worden of om zich te verdedigen.

2 of meer D’s met een gemiddelde sociale dominantie

Moeilijk te socialiseren zonder specifieke africhting. Als er nog A’s of B’s bijkomen, kunnen ze uit angst aanvallen, zeker als men ze straft. Als er nog C’s of D’s bijkomen, zullen ze schuchter of angstig worden bij het minste trauma. Ze reageren slecht op kinderen.

Mengeling van A’s en E’s (goed en slecht)

Begin de test elders. Als je dezelfde antwoorden bekomt, is de pup een geval apart met een onvoorspelbaar gedrag.

Belangrijk!
Deze test wordt best uitgevoerd door een ervaren gedragstherapeut en mag niet in het bijzijn van de fokker of een andere door de pups bekende persoon worden uitgevoerd.