Wat is de test van sociaal gedrag?

Algemeen

Deze test staat open voor alle honden, welke ten minste negen maanden oud zijn, met of zonder stamboom. Honden dienen wel geregistreerd: getatoeëerd en/of gechipt te zijn. Het is de bedoeling aan alle geslaagde honden een attest te verlenen. Het behaalde resultaat zal het bewijs zijn van sociaal gedrag ten overstaan van mensen, en andere honden op het ogenblik dat de test werd afgenomen. De honden die slagen voor de test, bekomen een attest en bovendien een stempel op hun stamboom. Het inschrijvingsgeld wordt vastgelegd op 9 euro. Loopse teven kunnen deelnemen in de laatste groep “teven”.

Jury

Het aantal honden die gekeurd kunnen worden door 2 Keurmeesters is beperkt tot 36 honden per dag per twee Keurmeesters (6 uur keuren à rato van 6 honden per uur). De jury is samengesteld uit twee Keurmeesters die elk van een andere sectie deel uit maken. (1B, 1C, 1D, 4B)

Doel van de test

Het belangrijkste doel is te onderzoeken of de hond zich sociaal gedraagt ten overstaan van mens en dier en zich normaal gedraagt in het verkeer.

Beoordeling

Positief : zelfbewust / zeker / opmerkzaam / temperamentvol / speels / onbevangen.
Nog toelaatbaar: iets onstabiel / licht onzeker; de keurmeester dient deze honden tijdens de proef aandachtig te volgen.
Negatief: niet onder controle / onzeker / angstig / bijterig / agressief; deze honden dienen te worden uitgesloten.

Het is de geleider toegestaan de hond tussen de oefeningen te belonen door lichte aanraking met de handen.

Het attest wordt enkel verleend aan die honden die slagen in elke oefening. Er worden geen kwalificaties noch punten toegekend. Er is enkel de beoordeling: Geslaagd of Niet Geslaagd.

De hond die niet geslaagd is mag na een periode van vier maanden een tweede test aanvragen.

Inhoud van de test

A. Gedeelte uit te voeren op een verkeersvrije plaats van min. 500m²

1. Laten betasten van de hond
De hond moet zijn tatoeage of ingeplante chip laten controleren. (Geleider mag de hond vast
houden). Niet geregistreerde honden en/of honden zonder leesbare tatouage. of chip, zijn van de test uitgesloten.

De hond die agressief of angstig reageert, wordt onmiddellijk uitgesloten voor verdere deelname aan de proef.

2.1 Wandeling aan de leiband (leiband min. 1m lang)
Een weg van ten minste 25m lang met een linkse en een rechtse hoek, wordt afgelegd waarna men door een groep van ten minste zes in de groep bewegende, pratende personen slalomt en stopt in het centrum van deze groep.(oppervl. 25m²)

Beoordeling: Niet zozeer de kwaliteit van het te volgen parcours maar wel de manier waarop de hond met zijn geleider het te volgen traject aflegt zijn de criteria. Vreugdig, aandachtig, zonder angst of druk.

2.2 Wandeling aan de leiband (leiband min. 1m lang)
Daarna neemt de Geleider met zijn aangelijnde hond plaats op 10 m van de groep en wordt door de groep ingesloten tot op een afstand van 1m. Op teken van de Keurmeester gaat de groep terug uit elkaar.

Beoordeling: Het is van belang dat de groep de hond op een rustige manier insluit en de afstand van 1m tot de hond respecteert. De hond dient zich rustig en zonder onzekerheid te gedragen gedurende het insluiten. Opspringen of blijken van speelsheid zijn niet als negatief te beoordelen.

2.3 Wandeling aan de leiband (leiband min. 1m lang)
De geleider plaatst de hond op 10m van de groep, (de leiband kan eventueel worden vast gehouden door een andere persoon), en neemt plaats tussen de groep. Hierna roept hij zijn hond bij zich. De leiband kan worden aangelaten.

Beoordeling: Tijdens deze fase van de test beoordeelt men niet in hoeverre de hond onder appel staat maar wel of de geleider in staat is de hond onder controle te brengen en te houden. Bovendien moet de hond ook hier getuigen van rust en zelfverzekerdheid wanneer hij zich tussen de groep dient te bewegen.

3. Gedrag zonder aanwezigheid van geleider
De hond wordt door de geleider vastgelegd met een leiband van 3m lengte en op een normale manier achtergelaten, dit kan zittend, liggend of staande. De Geleider gaat uit het zicht van de hond gedurende 2 minuten. Gedurende deze periode wordt de hond voorbij gelopen op een afstand van 5m te rekenen vanaf het verankeringpunt van een aangepaste lijn (maw 2m buiten het bereik van de 3m lange lijn), door 2 personen zonder hond en daarna door 2 personen met honden. Deze oefening dient individueel te worden uitgevoerd door iedere deelnemer.

B. Gedeelte uit te voeren op straat en/of voetpad met een normale circulatie van verkeer. (mensen en voertuigen).

4. De Geleider wandelt met de hond aan de leiband. (leiband min 1m lang )
Deze oefeningen worden in groep uitgevoerd, (groep = max. 10 personen met hond)

De groep wordt twee maal gekruist door : ( 2 maal met tegemoetkomend verkeer)
– Minimum twee personen zonder hond.
– Een jogger op een afstand van 1m.
– Een fietser op een afstand van 1.5m.
– Een auto die aan een snelheid van 40km/h rijdt op een afstand van 3m.

Tot slot zal de groep in twee worden gesplitst w aarna de twee groepen elkaar twee maal zullen
passeren dit, hond aan hond.